**1..** De belasting wordt geheven:
van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en
van de gebruiker van een eigendom van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel.
**2..** Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
**3..** Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, in geval het eigendom een roerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die naar de omstandigheden beoordeeld aan het begin van het belastingjaar de roerende zaak voor zich beschikbaar houdt, tenzij uit overeenkomst blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
**4..** Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
ingeval een gedeelte van een eigendom – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
**5..** Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt, ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - ten gebruike is afgestaan, als gebruiker aangemerkt:
de persoon, de stichting, de vereniging of een ander rechtspersoon, die verantwoordelijk is voor het gebruik of die zulk een gebruik mogelijk heeft gemaakt, voor zover deze, naar omstandigheden beoordeeld, ook gebruik maakt van dat eigendom;
de door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen persoon, indien de persoon, de stichting, de vereniging of een ander rechtspersoon, als bedoeld onder a. van dit lid, géén gebruik maakt van dat eigendom.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing in de gemeente ’s-Hertogenbosch 2017