Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Verantwoording

Onderdeel van Subsidieregel Peuteropvang en voor- en vroegschoolse Educatie

1.. De ontvanger van een subsidie dient uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in, voorzien van de volgende stukken: de jaarrekening voorzien van een accountantsverklaring; een overzicht van het aantal bezette peuterplaatsen, waarbij gespecificeerd wordt of de peuterplaats wordt benut voor peuteropvang als bedoeld in artikel 3 of VVE als bedoeld in artikel 5 van deze regeling; een inhoudelijke en financiële verantwoording van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend. 2.. Daarnaast beschikt de subsidieontvanger over de volgende bewijsstukken in zijn eigen administratie: van alle VVE-peuters een indicatieformulier van het consultatiebureau; van alle ouders die aangeven geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag een ondertekende ouderverklaring en een IB-60 verklaring van de Belastingdienst. 3.. Het college kan de gegevens bedoeld in het tweede lid bij de ontvanger opvragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel