Subsidie op grond van deze regeling kan worden verstrekt voor peuteropvang van peuters van 2 tot 4 jaar.
De hoogte van de subsidie is gelijk aan het jaarlijks voor 1 oktober door het college vastgestelde normbedrag per peuterplaats. Bij de vaststelling wordt uitgegaan van kinderaantallen die daadwerkelijk de voorziening hebben bezocht, voor het aantal uren dat zij deze hebben bezocht.
Voor de bepaling van de ouderbijdrage wordt gebruik gemaakt van het door het rijk vastgestelde kinderopvangtoeslagtabel en het bijbehorende maximum uurtarief, bedoeld in het besluit kinderopvangtoeslag.
Hoofdstuk 2
Artikel 3.
Subsidie voor peuteropvang
Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie