Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5.

Subsidie voor VVE

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie

Subsidie op grond van deze regeling kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten: VVE voor peuters met een VVE-indicatie; aanvullende activiteiten ten behoeve van de kwaliteit van VVE. De hoogte van de subsidie is gelijk aan het jaarlijks voor 1 oktober door het college vastgestelde normbedrag per peuterplaats. Bij de vaststelling wordt uitgegaan van kinderaantallen die daarwerkelijk de voorziening hebben bezocht, voor het aantal uren dat zij deze hebben bezocht. Voor de bepaling van de ouderbijdrage wordt gebruik gemaakt van het door het rijk vastgestelde kinderopvangtoeslagtabel en het bijbehorende maximum uurtarief, bedoeld in het besluit kinderopvangtoeslag.

Rechtspraak bij dit artikel