**1..** In de gevallen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, is het marktgeld
verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later
is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** In de gevallen bedoeld in artikel 5, tweede lid, is het marktgeld
verschuldigd bij aanvang van het gebruik van de standplaats.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
is het marktgeld verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
dat tijdvak verschuldigde rechten als er in dat tijdvak, na de aanvang
van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**4..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak door
intrekking van de vergunning eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing
voor het geheven marktgeld voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
dat tijdvak verschuldigde marktgeld als er in dat tijdvak, na het einde
van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**5..** Indien de belastingplichtige aantoont dat hij ten gevolge van overmacht
gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 4 opeenvolgende weken
de ter beschikking gestelde plaats niet heeft kunnen innemen en hij
gedurende die periode de standplaats niet door een ander heeft laten
innemen, wordt op verzoek ontheffing verleend van de belastingplicht
voor een kalendermaand over elke volle 4 opeenvolgende weken waarin van
de vaste plaats geen gebruik kan worden gemaakt.
Artikel 7
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening marktgelden 2017 Haaksbergen (9.10h)