Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Legesverordening Haaksbergen 2017 (9.11h)

Leges worden niet geheven voor: attestatën de vita, strekkende tot betaling van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden en andere periodieke uitkeringen, ten laste van de staat, provincies, gemeenten, waterschappen of andere publiekrechtelijke lichamen; de aan belanghebbende uit te reiken minuten, afschriften of uitreksels van besluiten, akten en beschikkingen, houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, met betrekking tot enig gemeentelijke functie of dienstverlening jegens de gemeente; de stukken en legalisatiën van handtekeningen of stukken betreffende militaire zaken; kwitanties voor geldsommen en andere stukken, waarbij de ontvangst of overneming van gelden of goederen wordt erkend of vermeld; de stukken en inlichtingen, waarvan de kosteloze afgifte of verstrekking bij enig wettelijk voorschrift aan het gemeentebestuur is opgelegd; de stukken, met uitzondering van de vergunningen bedoeld in Titel 2, door openbare besturen en ambtenaren alsmede inlichtingen in het openbaar belang gevraagd; het afgeven van beschikkingen op verzoekschriften en bezwaarschriften voor plaatselijke belastingen; de aan belanghebbenden uitgereikte beschikkingen of afschriften daarvan houdende beslissing op een aanvraag om subsidie uit de gemeentekas; alle stukken en nasporingen gevraagd in het algemeen belang door of vanwege de staat, een provincie, gemeente of andere openbaar lichaam alsmede door of vanwege de vertegenwoordigers van vreemde mogendheden hier te lande; collectevergunningen en vergunningen voor kledinginzamelingsacties; diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel