De belasting wordt geheven:
voor percelen die uitsluitend of in hoofdzaak voor bewoning
worden gebruikt, naar een vast bedrag per perceel.
voor niet onder het eerste lid, onder a, van dit artikel
begrepen percelen naar het aantal kubieke meters
leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat vanuit het
perceel wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters water als bedoeld in lid 1 onder b, wordt
gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het
begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het
percelen is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode
niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de
hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die
herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle
maand gerekend.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest,
kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
wettelijke bepaling.
De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
afvalwater is afgevoerd.