Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Berekening van de subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling Culturele Hoofdstad 2018

1. De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van de aard en omvang van het evenement en bedraagt nooit meer dan: 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1.500,- voor een categorie A-evenement. 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000,- voor een categorie B-evenement. 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,- voor een categorie C-evenement. Van de voorafgaande leden kan worden afgeweken als er een aantoonbare bijdrage wordt geleverd aan de doelstellingen van het beleid van de gemeente. 2. De subsidiabele kosten worden als volgt berekend: totale organisatiekosten minus inkomsten anders dan subsidies/fondsen/leningen. 3. Tot de subsidiabele organisatiekosten behoren in ieder geval niet: kosten van consumpties voor bezoekers; investeringskosten (bijvoorbeeld aanschaf van instrumenten, uniformen, verblijfskosten, huisvesting, opslag, vergunningen etc.); kosten die verband houden met reguliere werkzaamheden van de subsidieontvanger; kosten die als kennelijk onredelijk worden beoordeeld door het college. 4. Een aanvrager kan vrijwilligersuren opnemen in de projectbegroting. De gemeente hanteert hierbij hetzelfde tarief als provincie Fryslân.

Rechtspraak bij dit artikel