**1..** Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning, zoals bedoeld in onderdeel m. van artikel 1, werkzaamheden uit te voeren in of op openbare gronden inzake de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of leidingen of bovengrondse voorzieningen, zoals bedoeld in onderdeel a. van artikel 1, te plaatsen.
**2..** Een grondroerder, zoals bedoeld in onderdeel d. in artikel 1, die werkzaamheden wil verrichten kan hierover vooroverleg voeren met burgemeester en wethouders ten einde een aanvraag voor een vergunning voor te bereiden.
**3..** Voor het verrichten van werkzaamheden van minder ingrijpende aard, als bedoeld in onderdeel o. van artikel 1, is geen vergunning, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk maar kan worden volstaan met een digitale melding vooraf aan burgemeester en wethouders.
**4..** Voor werkzaamheden, zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel, moet drie werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een digitale melding worden gedaan aan burgemeester en wethouders.
**5..** Burgemeester en wethouders zijn bevoegd via nadere regels, om redenen van openbare orde en veiligheid, delen van het grondgebied aan te wijzen waarop lid 3 van dit artikel niet van toepassing is.
**6..** Spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in onderdeel l. van artikel 1, dienen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld te worden. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk binnen een werkdag na de start van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan aan burgemeester en wethouders.
**7..** Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente bij het uitvoeren van haar publiekrechtelijke taak.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 5.