Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:
de ambtstoelage, bedoeld in artikel 16, eerste lid;
de verstrekkingen, bedoeld in artikel 30, eerste en derde lid;
de vergoeding, bedoeld in artikel 36a, eerste en tweede lid;
de vergoeding, bedoeld in artikel 30, vijfde lid;
de vergoedingen, bedoeld in artikel 32, eerste lid, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964;
de vergoeding, bedoeld in artikel 32a;
de vergoeding, bedoeld in artikel 35, vierde lid.
Hoofdstuk
Artikel 36