Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK XVIII.

Artikel 73.

Opheffing

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijk Samenwerkingsorgaan Waterland

1.a.. Een regeling wordt opgeheven zodra de raden, colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste tweederden van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste tweederden van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied op 1 januari van het jaar, tot deze opheffing hebben besloten, met dien verstande dat niet één gemeente het bereiken van een meerderheid van tweederden van voornoemd aantal inwoners in de weg mag staan. Een besluit als bedoeld onder a kan niet eerder worden genomen dan nadat het algemeen bestuur daarover zijn mening heeft kenbaar gemaakt. 2.. De opheffing gaat niet eerder in dan nadat de goedgekeurde besluiten zijn verwerkt in de registers, als bedoeld in art. 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij een latere datum is bepaald. 3.. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 4.. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. Het plan behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. 5.. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft. 6.. Zonodig blijven de bestuursorganen van het samenwerkingsorgaan ook na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd.

Rechtspraak bij dit artikel