Geen haven- en/ of kadegeld wordt geheven voor het gebruik maken van de haven en/of kade ten behoeve van:
1 rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst;
2 gemeentevaartuigen;
3 hospitaalschepen;
4 vaartuigen, waarvan de schippers ten genoegen van de havenmeester aantonen dat zij wegens ernstige familieomstandigheden of om redenen van overmacht van de haven en/of kade gebruik moeten maken, mits er niet geladen en/of gelost wordt;
5 vrachtschepen, die aanleggen tot het doen van inkopen van levensmiddelen, mits dit niet langer duurt dan drie uur en er gedurende die tijd niet geladen en/of gelost wordt;
6 vrachtschepen, die op zaterdag na 12.00 uur aankomen en op maandag vóór 10.00 uur vertrekken zonder te hebben geladen en/of gelost;
7 vaartuigen die door ijsgang hun reis niet kunnen vervolgen, mits er niet wordt geladen en/of gelost. De ijsgang wordt gerekend aan te vangen met de dag waarop van rijkswege de boeien worden weggenomen en op te houden met de dag waarop de boeien worden herplaatst;
8pleziervaartuigen, indien slechts éénmaal en gedurende ten hoogste twaalf achtereenvolgende uren binnen het tijdsverloop van zeven achtereenvolgende dagen van de haven en/of kade gebruik gemaakt wordt.
Hoofdstuk
Artikel 9