Naar hoofdinhoud
1.. Het kadegeld wordt niet geheven ten aanzien van: vaartuigen, welke door een binnen de gemeente gevestigde scheepswerf in aanbouw zijn of worden hersteld; vaartuigen in gebruik door ofwel ten dienste van het Rijk, de provincie Noord-Holland, de gemeente Purmerend, de waterschappen en semi-overheidsorganen, mits deze vaartuigen geen personen of goederen tegen betaling vervoeren; hospitaalschepen en andere vaartuigen, in dienst zijnde voor het vervoeren van zieken en lichamelijk gebrekkigen; vaartuigen, die na een verblijf van één week in de gemeente, tengevolge van stremming der scheepvaart, ijs of andere natuurlijke overmacht, gedwongen zijn alhier langer te blijven; woonschepen waarvoor ingevolge artikel 75 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een vergunning is verstrekt voor het innemen van een ligplaats; de tot de uitrusting van een ander vaartuig behorende roeiboten, jollen, sloepen e.d., voorzover daarmede geen zelfstandige ligplaats wordt ingenomen.

Rechtspraak bij dit artikel