Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Regeling briefadres Alphen aan den Rijn 2016

1.. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. 2.. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. 3.. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs; de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van degene of de gemachtigde van de aangewezen rechtspersoon bij wie het briefadres wordt gehouden; een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid; een verklaring van het Serviceplein, waaruit blijkt dat er een begeleidingsplan is opgesteld en dat er een contactpersoon van de gemeente is en toestemming van ‘De Stichting Aandachtscentrum Het Open Venster’, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub a; een huur- of koopcontract van de nieuwe woning, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub b; een werkgeversverklaring of een uittreksel van de Kamer van Koophandel, waaruit blijkt dat er sprake is van een ambulant beroep, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub c; bewijsstukken waaruit ten hoogste 4 maanden verblijf in Nederland blijkt, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub d; een werkgeversverklaring of uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit verblijf in het buitenland korter dan 2 jaar blijkt en de thuishaven van het schip, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub e; eigendomsakte van het voer- of vaartuig en stukken waaruit verblijf op verschillende verblijfsplaatsen binnen Nederland blijkt, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub f; een schriftelijke verklaring van de instelling, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, tweede en derde lid. 4.. De briefadresgever die als ingezetene in de BRP ingeschreven staat, kan maximaal aan twee gezinshuishoudens of twee alleenstaanden toestemming geven een briefadres te houden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel