Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen die wordt geheven van gebruikers van niet-woningen wordt de aanslag in onderstaande volgorde ten name gesteld van:
degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt;
degene die het huurcontract van het belastingobject op naam heeft;
degene die volgens het handelsregister het langst het adres van het belastingobject als vestigingsadres voert;
degene die de nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;
degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt.
Artikel 4
voorkeursvolgorde bij onroerende-zaakbelastingen van gebruikers van niet-woningen
Onderdeel van Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie Den Haag 2017