De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
door degenen die verblijf houden aan boord van:
een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot
verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen,
van hulpbehoevenden of van bejaarden;
kano's, roei- en volgboten tot een lengte van 4
meter;
een vaartuig dat tijdelijk uit hoofde van zijn of haar
beroep werkzaamheden verricht;
een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid
in het gemeentelijke watergebied bevindt;
waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op
de heffing en invordering van toeristenbelasting;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van
de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft
in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde
wet , en voor zover deze persoon verblijf houdt in een
gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder
verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang
Asielzoekers.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2017