Indien een verzoek om nadeelcompensatie betrekking heeft op besluiten of handelingen die aantoonbaar verband houden met de uitvoering van het project Spoorzone Delft is deze verordening niet van toepassing.
Op een verzoek om nadeelcompensatie als genoemd in lid 1 is van toepassing de “Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999”, waarbij voor “de minister” moet worden gelezen: “het college”.
Het college kan zijn bevoegdheden betreffende de behandeling van verzoeken op grond van lid 2 die in de spoorse sfeer liggen mandateren aan de projectmanager Spoorzone Delft van ProRail.
Het college kan zijn bevoegdheid tot het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat met gebruikmaking van lid 3 is genomen mandateren aan de Directeur Projecten van ProRail.
Artikel 2a
Speciale regeling voor de Spoorzone
Onderdeel van Algemene Nadeelcompensatieverordening Delft inclusief de toelichting op deze verordening