De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven
van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede
aangemerkt:
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft
of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in
artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met
dien verstande dat
als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst
wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge
deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder
maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft
geparkeerd;
als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan
ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het
motorvoertuig heeft geparkeerd.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet
geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel
b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt
aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het
parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft
gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft
kunnen voorkomen.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven
van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2017