De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben
van:
voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de
voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het
voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond
van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet,
dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen
vastgelegd in een contract;
voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van
voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
voorwerpen of werken van een plaatselijke non-profitinstelling
welke zich blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt
van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard
en waarbij de activiteiten in hoofdzaak door vrijwilligers
worden verricht;
een mobiele onderzoeksunit die wordt gebruikt voor het doen van
bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van de
Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van
die wet vergunning is verleend, gedurende dat gebruik.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2017