**1..** Aan de alleenstaande van 23 jaar of ouder of de alleenstaande ouder in wiens woning een of meerdere kinderen van 21 jaar of ouder hun hoofdverblijf hebben, wordt, ongeacht het inkomen van het kind, de toeslag verlaagd naar 15% van het netto minimumloon, tenzij het betreffende kind een inkomen heeft dat uitsluitend bestaat uit een toelage op grond van de Wet Studiefinanciering (WSF) of de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten (WTOS), of tenzij het betreffende kind hulpbehoevend is en het zonder de hulp van de ouder opgenomen zou moeten worden in een instelling ter verpleging of verzorging, in welk geval een toeslag wordt verstrekt gelijk aan een bedrag van 20% van het netto minimumloon.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel geldt dat, indien er meer dan één kind van 21 jaar of ouder het hoofdverblijf heeft bij de alleenstaande of de alleenstaande ouder, de verlaging van de toeslag slechts éénmaal plaats vindt.
**3..** Voor de alleenstaande van 23 jaar of ouder of de alleenstaande ouder, in wiens woning één of meerdere kinderen van 18 jaar of ouder, doch jonger dan 21 jaar, hun hoofdverblijf hebben, wordt de toeslag, ongeacht het inkomen van het kind (c.q. de kinderen) bepaald op een bedrag gelijk aan 20% van het netto minimumloon.
**4..** Voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder van 22 jaar, die zijn hoofdverblijf heeft in de woning van zijn (stief-)ouder(-s) wordt de toeslag bepaald op een bedrag gelijk aan 10% van het netto minimumloon.
**5..** Voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder van 21 jaar, die zijn hoofdverblijf heeft in de woning van zijn (stief-)ouder(-s) wordt de toeslag bepaald op een bedrag gelijk aan 5% van het netto minimumloon.
**6..** Voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder, jonger dan 65 jaar, die zijn hoofdverblijf heeft in de woning van (een van zijn) (stief-)kind(-eren), wordt de toeslag bepaald op een bedrag gelijk aan 10% van het netto minimumloon.
Hoofdstuk 4:
Artikel 6:
Inwonende kinderen
Onderdeel van Verordening verhoging en verlaging van de norm voor de categorieën van belanghebbenden aan wie bijstand kan worden verleend