Basis in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Nijmegen 2014 (artikel 12 lid 1 onder c en artikel 18 lid 1 onder c):
“Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 9 of 16 bezoekt, indien:
c.aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een ander oplossing niet mogelijk is.”
Beleidsregel:
Het college kan indien er sprake is van “onmogelijkheid van begeleiding” in plaats van aangepast vervoer ook kiezen voor de inzet van begeleiding .
Om te kunnen beoordelen of sprake is van “onmogelijkheid van begeleiding dan wel ernstige benadeling van het gezin en het ontbreken van een andere oplossing” worden onderstaande criteria gehanteerd.
Begeleiding is niet mogelijk omdat hiermee meer dan 60 minuten per rit van huis naar school gemoeid is. Indien begeleiding (mede) noodzakelijk is vanwege de beperking of handicap van de leerling, mag het begeleiden van een kind naar school een ouder maximaal 60 minuten per rit kosten. Hierbij wordt uitgegaan van de enkele afstand van huis naar school met de wijze van vervoer waar de ouder recht op heeft. Duurt de totale reistijd voor de ouder langer dan 60 minuten per rit, dan kan het kind in aanmerking komen voor een andere wijze van vervoer. Deze maximale begeleidingstijd geldt niet voor begeleiding die alleen noodzakelijk is vanwege de leeftijd van een leerling.
Begeleiding is niet mogelijk vanwege medische of psychische redenen. Bij de beoordeling kan een medische verklaring betrokken worden.
Begeleiding is niet mogelijk omdat sprake is van een alleenstaande ouder die werkt of een dagopleiding volgt en tevens meerdere schoolgaande kinderen heeft. Als een ouder een ander kind/andere kinderen in het gezin tegelijkertijd naar een andere school moet brengen, kan het kind dat recht op leerlingenvervoer heeft in aanmerking komen voor een andere wijze van vervoer dan waarop in eerste instantie recht bestaat. Er moet dan wel sprake zijn van een eenoudergezin of een vergelijkbare situatie waarbij de ouder werkt of een dagopleiding volgt en de werk- of lestijden het onmogelijk maken het kind te begeleiden. De ouder dient in dit geval een verklaring met betrekking tot werk- en/of schooltijden in te vullen waaruit blijkt dat het niet mogelijk is om werk- en/of schooltijden aan te passen.