In deze verordening wordt verstaan onder:
a. de wet:
Wet werk en bijstand;
b. uitkeringsgerechtigde:
Persoon, jonger dan 65 jaar, die algemene bijstand ontvangt in de zin van artikel 5 sub b van de wet, uitkering ontvangt ingevolge de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeids-ongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeids-ongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz);
c. niet-uitkeringsgerechtigde:
Persoon, jonger dan 65 jaar, die als werkloze werkzoekende staat geregistreerd bij het CWI en die geen recht op uitkering heeft ingevolge de wetten en regelingen als genoemd in artikel 6 sub a van de wet; Met een niet-uitkeringsgerechtigde wordt gelijkgesteld de persoon die arbeid verricht waarmee volledig in de kosten van het bestaan kan worden voorzien, doch waarvoor een vorm van subsidie aan de werkgever wordt verleend. Van toepassing is artikel 10, lid 2 van de wet;
d. Anw -er:
Persoon met een uitkering volgens de Algemene nabestaanden wet en ingeschreven als werkzoekende bij het CWI;
e. het college:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;
f. de raad:
De gemeenteraad van de gemeente Delft;
g. Ioaw:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeids- ongeschikte werkloze werknemers;
h. Ioaz:
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeids-ongeschikte gewezen zelfstandigen;
i. belanghebbende:
Persoon die overeenkomstig artikel 10 van de wet aanspraak kan maken op een voorziening, met inbegrip van de instelling of onderneming waaraan een werkgelegenheidsubsidie wordt toegekend;
j. voorziening:
Specifiek reïntegratiemiddel gericht op arbeidsinschakeling, als bedoeld in artikel 7, lid 1 sub a. van de wet;
k. premie:
De eenmalige premie, als bedoeld in artikel 31 lid 1, sub j van de wet, die kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling;
l. dienstbetrekking:
Een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een aanstelling als ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Ambtenarenwet, uitge-zonderd arbeidsovereenkomsten waarvan de bedongen arbeid wordt gesubsidieerd op grond van de wet en arbeids-overeenkomsten ingevolge de Wet sociale werkvoorziening;
m. sociale activering:
Het verrichten van onbeloonde maatschappelijke zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeids-inschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappe-lijke participatie;
o. CWI:
Centrum voor Werk en Inkomen.
p. algemeen geaccepteerde
Algemeen maatschappelijk aanvaarde arbeid.
q. voorliggende voorziening:
elke voorziening buiten deze verordening waarop de belang-hebbende aanspraak kan maken dan wel een beroep kan doen ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen.
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand