Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 8.

Algemene bepalingen over voorzieningen.

Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand

1.. In het beleidsplan als bedoeld in artikel 6. wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2.. Een voorziening die gericht is op de arbeidsinschakeling wordt alleen ingezet als zonder die voorziening het vinden van duurzame, algemeen geaccepteerde arbeid naar het oordeel van het college niet mogelijk is. 3.. Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor die voorziening die beschikbaar, adequaat en toereikend is voor het doel dat met het traject beoogd wordt. 4.. Het college kan een voorziening beëindigen: indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 4. van deze verordening dan wel in artikel 9 van de wet, Ioaw of Ioaz niet nakomt; indien de persoon die deelneemt aan de voorziening niet meer behoort tot de doelgroep van de wet, Ioaw of Ioaz; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt en hierdoor uitkerings-onafhankelijk wordt; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel