**1..** Het college biedt in mei een nota aan (kadernota), ten minste bevattende de uitgangspunten voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming, waarbij kaders worden gegeven met betrekking tot ten minste:
de stijging van loonkosten, subsidies, overige materiële lasten en de lokale heffingen;
overige verwachte ontwikkelingen;
**2..** Het college biedt ten behoeve van een behandeling door de raad direct na het zomerreces een nota aan (IBU), ten minste bevattende:
een actualisatie van de baten en lasten per programmaonderdeel voor het lopende begrotingsjaar;
een actualisatie van de investeringskredieten voor het lopende begrotingsjaar.
**3..** De raad stelt de in het eerste en het tweede lid bedoelde nota’s vast.
**4..** Om overschrijdingen van de lasten per programmaonderdeel te voorkomen doet het college buiten de wijzingen van de begroting volgend uit de in het eerste en tweede lid bedoelde nota’s, voorstellen voor begrotingswijzingen.
**5..** Uiterlijk vier werkdagen nadat de raad een wijziging van de begroting dan wel een investeringskrediet heeft vastgesteld, biedt het college de raad een geactualiseerd overzicht aan van:
de baten en lasten per programma, uitgesplitst naar programmaonderdelen;
de algemene dekkingsmiddelen en het bedrag van onvoorzien;
het overzicht van de overhead en geraamde vennootschapsbelasting;
het uit de onderdelen a, b en c volgende resultaat genaamd: totaal saldo van baten en lasten;
de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve;
het uit de onderdelen d en e volgende resultaat genaamd: geraamd resultaat, en
de investeringskredieten.
** 6. .** Het college biedt na afloop van elk kwartaal binnen een maand een rapportage aan, waarin in ieder geval een uiteenzetting wordt gegeven van de stand van de realisatie van de baten en lasten per programmaonderdeel tot en met het einde van het betreffende kwartaal.
Hoofdstuk 2
Artikel 5