Het havengeld wordt niet geheven ter zake van:
vaartuigen, die van een zich in de gemeente bevindende
scheepswerf zijn te water gelaten en vaartuigen, die aan het
terrein van een zodanige scheepswerf worden hersteld, een en
ander voor zover er niet mee wordt gevaren;
vaartuigen in gebruik van gemeente-, provinciale-, en
rijksdienst;
baggermachines en vaartuigen, die daarbij gebezigd worden voor
het vervoer van baggerspecie gedurende de tijd, dat zij binnen
het gebied van de gemeente werken;
doorvarende vrachtschepen, die aanleggen, mits niet langer dan
twaalf uren en zij niet laden of lossen;
hospitaalschepen in gebruik als vakantieschepen ten behoeve van
zieken- en gehandicapten ( ziekengastschepen ).
Artikel 8
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van havengeld 2017