**1..** Teneinde de naleving van de bepalingen gesteld in of krachtens deze verordening te kunnen controleren, moet een controlevoorziening worden aangebracht in de bedrijfsafvalwaterriolering.
**2..** De afvalstromen van huishoudelijke aard moeten, voor zover mogelijk, pas na de controlevoorziening bij de bedrijfsaf- valwaterstroom worden gevoegd.
**3..** Een inrichting, welke valt onder de opsomming in artikel B van het uitvoeringsbesluit en/of welke processen uitvoert waarbij chemicaliën worden toegepast, zoals een foto-ontwikkel- en afdrukbedrijf, een laboratorium en een druk- kerij, en/of welke nadere eisen opgelegd heeft gekregen, onderzoekt tenminste 1 maal per jaar in hoeverre zij voldoet aan de geldende eisen m.b.t. haar lozingen.
**4..** Indien de in lid 3 bedoelde inrichting stoffen loost, waarvoor concentratiegrenzen gelden, maakt analyse van een afvalwater-(steek)monster onder representatieve bedrijfsomstandigheden een vast onderdeel van het in lid 3 bedoelde onderzoek uit.
**5..** Met betrekking tot de zuiveringstechnische voorzieningen vetafscheider, olie/ben- zineafscheider, slibvangput en amalgaamafscheider, geldt, dat de controle op de goede werking van de voorziening, conform het hieromtrent gestelde in het uitvoeringsbesluit, kan dienen als vervanging van de plicht als bedoeld in lid 4.
**6..** De resultaten van het in lid 3 bedoelde onderzoek worden tenminste 5 jaren bewaard. Op diens verzoek moeten de resultaten aan een controlerend ambtenaar ten inzage worden gegeven.
**7..** Burgemeester en wethouders kunnen schriftelijk ontheffing verlenen van het gestelde in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel.