De belastingen worden geheven:
van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat
direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering,
verder te noemen: eigenarendeel; en
van de gebruiker van een perceel van waaruit direct of indirect op
de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen:
gebruikersdeel.
Met betrekking tot het eigenarendeel van de belastingen wordt,
ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie
kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Met betrekking tot het gebruikersdeel van de belastingen wordt als
gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet
krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
gebruikt;
ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld
in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte
voor gebruik heeft afgestaan.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2017