Naar hoofdinhoud
1.. Tijdelijke voorzieningen, waaronder damwanden en heipalen, dienen in beginsel te worden verwijderd. 2.. Indien leidingen definitief buiten gebruik worden gesteld en niet verwijderd kunnen worden, dienen deze te worden vol geschuimd (gedämmerd) en aan weerszijden te worden afgedicht ter voorkoming van indringend water, grond en vuil. 3.. Over het achterlaten van voorzieningen dient overeenstemming te zijn met het college.

Rechtspraak bij dit artikel