Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Berekening van de subsidie voor kosten

Onderdeel van Nadere regels voor subsidiëring ten behoeve van de instandhouding van gemeentelijke monumenten

1.. De subsidie voor woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie bedraagt 25% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 10.000,-. De subsidie voor boerderijen met agrarische functie, kastelen, buitenplaatsen, kerken, molens, gemalen en overige monumenten bedraagt 25% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 20.000,-. 2.. Het college is bevoegd van de in het eerste lid genoemde maximale subsidie binnen een marge van 10% af te wijken, indien dat in een bijzonder geval in het belang van de monumentenzorg is en er geen dringende redenen zijn voor het aanhouden van de bedoelde bijdrage. 3.. Het college houdt bij de beslissing op grond van artikel 3 rekening met bijdragen die op grond van enige andere regeling zijn of kunnen worden toegekend ten behoeve van de voorgenomen activiteiten en kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel