**1..** Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid. Om voor een uitstroompremie in aanmerking te komen moet in ieder geval aan het volgende worden voldaan:
**a..** belanghebbende is een uitkeringsgerechtigde van de gemeente Veenendaal van 27 jaar of ouder;
**b..** belanghebbende start met betaald werk of start met zelfstandige arbeid, waardoor hij niet langer is aangewezen op een uitkering;
**c..** belanghebbende is langdurig werkloos en;
**d..** belanghebbende mag na uitstroom minimaal 9 maanden geen beroep hebben gedaan op een uitkering.
**e..** De premie kan worden aangevraagd door belanghebbende vanaf de zevende maand na de indiensttreding via het formulier ‘aanvraag uitstroompremie gemeente Veenendaal’.
**2..** De uitstroompremie kan, vanaf datum uitstroom, slechts eenmaal per 4 jaar aan dezelfde persoon worden toegekend.
**3..** De hoogte van de premie bedraagt bij een volledige uitstroom uit de uitkering:
Van 9 maanden tot 18 maanden: € 750,00.
Van 18 maanden of langer: € 1500,00
**4..** Toekenning door het college en uitbetaling van de premie vindt plaats op twee momenten:
9 maanden na uitstroom: € 750,00, en;
18 maanden na uitstroom: € 750,00.
Artikel 9 Overige vergoedingen
Voor de hieronder genoemde noodzakelijke kosten van re-integratie en plaatsing op arbeid kunnen éénmalig vergoedingen “om niet” worden verstrekt aan werkgever of klant tot een maximum van 1500 euro. Het gaat hierbij onder meer om de volgende kosten:
kosten voor werkkleding;
reiskosten;
studiekosten
Artikel 10 Vrijlating van inkomsten
Om voor een vrijlating van inkomsten als bedoeld in de Participatiewet artikel 31 tweede lid onder n in aanmerking te komen, moet er in ieder geval sprake zijn van:
de door belanghebbende te verrichten arbeid is door een rapportage vastgesteld dat deze een bijdrage levert aan de arbeidsinschakeling van belanghebbende;
de belanghebbende ontvangt inkomsten uit arbeid, waarbij de werkzaamheden na de ingangsdatum van de uitkering zijn begonnen, en;
de inkomsten uit arbeid zijn in een periode van vier opeenvolgende weken verdiend.
Aan het voorschrift opgenomen in lid 1 sub c hoeft slechts één keer te worden voldaan. Als deze periode van vier opeenvolgende weken is bereikt, begint de periode van inkomstenvrijlating met terugwerkende kracht ingaande de datum van aanvang van bedoelde vier weken.
De inkomstenvrijlating wordt achteraf vastgesteld en toegekend door het college.
Hoofdstuk 4 Individuele Studietoeslag
Artikel 11 Individuele studietoeslag
De hoogte van de toeslag wordt gelijkgesteld met het maximale jaarbedrag voor een vrijwilligersvergoeding dat door de gemeente en Belastingdienst als inkomsten buiten beschouwing wordt gelaten.
De toeslag wordt betaald in twaalf gelijke maandelijkse termijnen. De bedragen worden afgerond op hele euro’s.
De individuele studietoeslag wordt verstrekt in de vorm van periodieke bijzondere bijstand
Er wordt geen individuele studietoeslag toegekend als er sprake is van een gezamenlijke huishouding en de inkomsten en vermogen de norm overschrijden.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Artikel 12 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen van de bepalingen in deze regeling afwijken, indien toepassing van de regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking de dag na publicatie.
Artikel 14 Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Uitvoeringsbesluit Participatiewet Veenendaal 2015’
Vastgesteld in de vergadering van 10 november 2016,
Mevrouw drs. A.P.W. van de Klift (secretaris)
de heer mr. A.W. Kolff(burgemeester)
Toelichting
Artikel 3 Scholing
In beginsel wordt enkel scholing ingezet die opleidt naar beroepssectoren waarin gelijk werk gevonden kan worden of in een zogenaamd duaal traject waarbij de ontwikkeling op de (lokale) arbeidsmarkt mede bepalend is. Bij de inzet van scholing wordt gekeken naar de arbeidsmartkrelevantie en de duur ervan. Gekozen wordt voor die scholing die het snelst leidt tot het beoogde doel. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de wensen en capaciteiten van de belanghebbenden. Verricht de belanghebbende additionele werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 10a van de Participatiewet, dan wordt het oordeel van de werkgever ook betrokken bij de keuze van het scholingsaanbod.
Artikel 4 Persoonlijke ondersteuning
Bij de inzet van de jobcoachvoorziening is de begeleiding van een werknemer bij reguliere plaatsingen en plaatsingen op de baanafspraak, de verantwoordelijkheid van de werkgever.
Doel is om te bereiken dat de werknemer zonder deze begeleiding zelfstandig zijn taken bij de werkgever kan uitvoeren.
De gemeente zorgt zelf voor het beschikbaar zijn van de jobcoachvoorziening, ter ondersteuning van de geïntegreerde uitvoering van de Participatiewet (brede doelgroep), maar met name voor de doelgroep van de garantiebanen.
De jobcoachvoorziening wordt ingezet als maatwerk, waarbij tussen de werkgever en de gemeente in een concrete plaatsing afspraken worden gemaakt. De gemeente baseert zich bij het bepalen van de omvang en kosten van de begeleiding - van zowel de externe jobcoach als de vergoeding aan de werkgever- op regionale afspraken.
Artikel 5 Beschut Werk
De voorziening Beschut Werk kan worden ingekocht bij IW4, die zorgt voor een werkplek en begeleiding op de werkplek. Het is een voorziening die zoveel mogelijk gericht is op arbeidsparticipatie en zoveel mogelijk een reguliere werkplek benadert. Alle andere voorzieningen gericht op arbeidsparticipatie kunnen als voorliggend worden beschouwd.
Artikel 6 Loonkostensubsidie als re-integratievoorziening
Het inzetten van gesubsidieerde arbeid als re-integratie instrument blijft ook in de Participatiewet en de IOAW/IOAZ mogelijk. Een dergelijk subsidie wordt aangeboden voor maximaal één jaar. De hoogte van de subsidie is op basis van regionale afspraken gemaximeerd op 50% van de loonkosten. Deze re-integratievoorziening dient met terughoudendheid te worden ingezet om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Daarom is de toepassing beperkt tot kwetsbare en uiterst kwetsbare werknemers die een bijstandsuitkering ontvingen van de gemeente.
De loonkostensubsidie als re-integratievoorziening dient te worden onderscheiden van de loonkostensubsidie voor de doelgroep met een langdurige arbeidsbeperking en structureel verminderde loonwaarde. Voor deze laatste doelgroep is een wettelijk vastgesteld kader van toepassing en kiest het college in regionaal verband voor een landelijk gevalideerde werkwijze.
De hoogte van de subsidie is mede afhankelijk van de capaciteiten van betrokkene in relatie tot de werkzaamheden die hij/zij zal gaan verrichten. De klantmanager en/of accountmanager van de gemeente zal op basis van het profiel van de cliënt, de plaats op de participatieladder en een analyse van de functie een inschatting maken van de hoogte van de subsidie. Indien de potentiële werkgever een afwijkend beeld heeft kan een toets door een onafhankelijke derde partij worden ingezet.
De werkgever biedt een dienstverband voor minimaal een half jaar. In de hoogte van de toegekende subsidie wordt rekening gehouden met de duur van het contract, om zo een langere arbeidsovereenkomst te stimuleren. Op deze wijze wordt ook gestimuleerd dat de cliënt, indien er geen contractverlenging wordt geboden, aanspraak kan maken op een (kortdurende) WW-uitkering na afloop van het dienstverband.
Er wordt geen proeftijd afgesproken als er reeds een leerwerkstage of proefplaatsing heeft plaatsgevonden; de werkgever heeft de cliënt immers in die periode kunnen beoordelen op capaciteiten en kwaliteiten.
Artikel 10 Vrijlating van inkomsten
Het college kan o.a. besluiten tot vrijlating van inkomsten uit arbeid, indien iemand op grond van een objectief medisch vastgesteld rechtstreeks gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling niet een volle werkweek kan werken. Aangezien dit in de wet is bepaald in artikel 31, lid 2 sub z. hoeft dit niet in een beleidsregel nader uitgewerkt te worden.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Premie bij uitstroom naar betaald werk
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Participatiewet 2015