Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Vrijlatingvan inkomsten

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Participatiewet Veenendaal 2015

Om voor een vrijlating van inkomsten als bedoeld in de Participatiewet artikel 31 tweede lid onder n in aanmerking te komen, moet er in ieder geval sprake zijn van: de door belanghebbende te verrichten arbeid is door een rapportage vastgesteld dat deze een bijdrage levert aan de arbeidsinschakeling van belanghebbende; de belanghebbende ontvangt inkomsten uit arbeid, waarbij de werkzaamheden na de ingangsdatum van de uitkering zijn begonnen, en; de inkomsten uit arbeid zijn in een periode van vier opeenvolgende weken verdiend. Aan het voorschrift opgenomen in lid 1 sub c hoeft slechts één keer te worden voldaan. Als deze periode van vier opeenvolgende weken is bereikt, begint de periode van inkomstenvrijlating met terugwerkende kracht ingaande de datum van aanvang van bedoelde vier weken. De inkomstenvrijlating wordt achteraf vastgesteld en toegekend door het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel