Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Reglement van orde

Onderdeel van Verordening op de Commissie voor Welstand en Monumenten

5.1.. De commissie verricht haar werkzaamheden volgens een door het college vast te stellen reglement van orde. Daarbij worden de bepalingen van dit artikel in acht genomen. 5.2.. De commissie komt bijeen: tenminste tweemaal per maand; op verzoek van één van de leden; op verzoek van burgemeester en wethouders. In gevallen bedoeld onder het tweede en derde gedachtestreepje wordt namens de voorzitter binnen zeven dagen na de dag van ontvangst van het verzoek een vergadering belegd. 5.3.. De commissie mag slechts een besluit nemen als tenminste drie leden aanwezig zijn. Indien het vereiste aantal leden niet ter vergadering is opgekomen, wordt namens de voorzitter binnen zeven dagen een nieuwe vergadering belegd waarvan tijdig schriftelijk kennis aan de leden wordt gegeven. In deze vergadering mogen besluiten worden genomen ongeacht het aantal aanwezige leden. 5.4.. De besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staken van stemmen beslist de stem van de voorzitter. 5.5.. De commissie is bevoegd zich bij haar beraadslagingen door andere, daartoe door de voorzitter uitgenodigde, personen te laten bijstaan. 5.6.. De commissie vergadert en besluit in het openbaar. Op in het reglement van orde te bepalen wijze wordt de agenda tevoren openbaar bekend gemaakt. 5.7.. Aan de aanvrager van een vergunning als bedoeld in artikel 2 dan wel aan diens gemachtigde of aan beiden, alsmede aan andere belanghebbenden wordt desgevraagd gelegenheid gegeven zich in de vergadering van de commissie ten aanzien van de behandeling van de aanvraag, waarbij belang bestaat, te laten horen. In het reglement van orde wordt de wijze waarop van deze mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt nader geregeld. 5.8.. Aan de beraadslaging over en aan het uitbrengen van een advies omtrent een aanvraag als bedoeld in artikel 2 mogen de commissieleden, de voorzitter en de in het vijfde lid bedoelde personen niet deelnemen indien zij in enige hoedanigheid direct of indirect persoonlijk en/of zakelijk bij de aanvraag betrokken zijn. 5.9.. Een commissielid mag geen opdracht aanvaarden tot het aanpassen, verbeteren of anderszins wijzigen van een plan of tot het maken van een nieuw plan behorende bij een in de commissie behandelde of in behandeling zijnde aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2 5.100.. 1. De commissie kan de advisering over een aanvraag om advies voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld. De gemandateerde is altijd een op het gebied van architectuur deskundig lid. 2. De commissie kan de advisering over een aanvraag om advies voor of het ontwerp van een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, onder f, en 2.2, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden adviseren over plannen waarvan volgens hen het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld. De gemandateerde is altijd een op het gebied van monumenten deskundig lid. 3. De commissie kan de advisering over een vooroverleg/principeverzoek (vooruitlopend op een aanvraag omgevingsvergunning) mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden adviseren over (bouw)plannen waarvan volgens hen het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld. De gemandateerde is altijd een op het gebied van architectuur deskundig lid. In elk geval van twijfel legt de gemandateerde het bouwplan als bedoeld in lid a) alsnog voor aan de commissie. Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Indien burgemeester en wethouders –al dan niet op verzoek van de aanvrager- een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. 5.11. 5.11.Indien een kwaliteitsteam wordt ingesteld bij grote stedenbouwkundige projecten zal de commissie een lid afvaardigen om hieraan deel te nemen. (Delen uit) het beeldkwaliteitplan dat voor deze stedenbouwkundige projecten is opgesteld worden vastgesteld als nieuw welstandsbeleid voor specifiek benoemde delen van de welstandsnota waar dit op van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel