**1..** De ontheffing kan door het college van burgemeester en wethouders worden ingetrokken of gewijzigd indien:
ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
de gegevens op de ontheffing -door actie van de ontheffinghouder- niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie;
in strijd wordt gehandeld met de in de overwegingen van deze verordening of in de verordening genoemde belangen;
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;
de aan de ontheffing verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen;
van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt;
de houder dit verzoekt;
bij een ontheffing voor een woonschip, dit woonschip voor andere doeleinden, dan uitsluitend of hoofdzakelijk voor woondoeleinden, wordt gebruikt;
bij een ontheffing voor een woonschip er sprake is van een verlaten woonschip dan wel van een onbewoond woonschip gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 6 maanden en de houder van de ontheffing niet naar genoegen van het college van burgemeester en wethouders kan aantonen dat het woonschip is bewoond;
er sprake is van een wijziging van een bestemmingsplan of de ligplaatsenkaarten waardoor de afmeerplaats die het betreft is komen te vervallen;
in het kader van het algemeen gemeentelijk belang herschikking nodig is van de beschikbare plaatsen;
**2..** Op het moment dat ten behoeve van een vaartuig een nieuwe of gewijzigde ontheffing wordt verleend komt de eerder verleende of nog niet gewijzigde ontheffing van rechtswege te vervallen.
Hoofdstuk
Artikel 26:
intrekken of wijzigen van de ontheffing
Onderdeel van Verordening openbaar gemeente water Delft 1996