Deze verordening verstaat onder:
tegemoetkoming: een geldelijke tegemoetkoming aan kamerhuurders ter compensatie van de gemeentelijke belastingen, die via de (servicekosten van de) verhuurder aan de gemeente worden betaald.
gemeentelijke belastingen: het rioolafvoerrecht en de kosten voor inzameling van huishoudelijk afval.
kamerhuurders: natuurlijke personen, die niet een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen, en die als huurder onzelfstandige woonruimte bewonen.
onzelfstandige woonruimte: een woning waar sprake is van een noodzakelijk gebruik van gemeenschappelijke voorzieningen (wasgelegenheid, kookgelegenheid, toilet).
betalingscapaciteit: het positieve verschil van het in januari van het betreffende belastingjaar genoten netto-besteedbare inkomen en de kosten van bestaan .
netto-besteedbaar inkomen: overeenkomstig art. 14 en 15 van de uitvoeringsregeling invorderingswet 1990.
netto-besteedbaar inkomen en studiefinanciering: bij de berekening van het netto besteedbare inkomen wordt overeenkomstig artikel 26 § 2 lid 16 Leidraad Invordering 1990 rekening gehouden met inkomsten die studenten ontvangen op grond van de WSF en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten 18+.
kosten van bestaan: de normen uit artikel 21, 22, 23, 25 en 26 van de WWB (overeenkomstig artikel 16 van de uitvoeringsregeling invorderingswet 1990).
vermogen: overeenkomstig art. 12 van de uitvoeringsregeling invorderingswet 1990.
belastingjaar: kalenderjaar.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening Tegemoetkoming Woonlasten Kamerhuurders Delft 2005