Het college kan een voorziening beëindigen indien:
de belanghebbende de aan de voorziening verbonden verplichtingen niet nakomt;
de belanghebbende niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de belanghebbende;
de belanghebbende niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;
de belanghebbende niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
HOOFDSTUK 4
Artikel 17.