**1..** Voorzieningen die gericht zijn op de arbeidsinschakeling worden alleen ingezet als zonder die inzet, naar het oordeel van het college, het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.
**2..** Geen recht op ondersteuning bestaat indien sprake is van een voorliggende voorziening, die naar het oordeel van het college, in voldoende mate kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling van de belanghebbende. Geen voorziening naar werk wordt aangeboden aan belanghebbenden voor wie inzet van een voorziening niet doelmatig is.
**3..** Geen recht op ondersteuning bestaat indien en zolang de belanghebbende geen, danwel in onvoldoende mate, inlichtingen verstrekt, zodat door het college niet bepaald kan worden welke voorziening aangeboden dient te worden.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3.