Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 18.

Naleving

Onderdeel van Verordening Ondergrondse Infrastructuren Delft

De houder van de vergunning draagt er zorg voor dat de aan de vergunning verbonden voorschriften, beperkingen en de verplichtingen vastgesteld bij of krachtens deze verordening worden nageleefd: Het is verboden zonder, of in afwijking van, een voorafgaand door het college verleende vergunning/instemmingsbesluit omtrent de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, kabels en/of leidingen en/of voorzieningen in of op openbare gronden aan te leggen, of te (onder)houden, exploiteren of op te ruimen; Een kopie van de vergunning/ instemming moet altijd op het werk aanwezig zijn; Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden stellen; De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen dient te geschieden conform de CROW publicatie 250 (richtlijn zorgvuldig graven);

Rechtspraak bij dit artikel