**1..** De voorzitter van een commissie en zijn plaatsvervanger worden door de
raad uit zijn midden benoemd. De voorzitter is belast met het leiden van
de vergadering en het handhaven van de orde.
**2..** a. Elk benoemd raadslid en elk commissielid/niet-raadslid zoals bedoeld
in het derde lid, wordt geacht lid te zijn van alle in deze verordening
genoemde raadscommissies;
b. iedere fractie draagt per commissie maximaal vier woordvoerders voor,
zijnde raadsleden of commissieleden/niet-raadsleden, met inachtneming
van het bepaalde in het derde lid;
c. met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 4 wordt elke
fractie tijdens een commissievergadering vertegenwoordigd door maximaal
twee woordvoerders zoals bedoeld in lid 2b. Deze vertegenwoordiging kan
per onderwerp verschillen.
**3..** Elke in de raad vertegenwoordigende partij welke bij de laatst gehouden
gemeenteraadsverkiezingen was ingeschreven in het kiesregister kan
maximaal drie niet-raadsleden voordragen als lid van een commissie. Deze
commissieleden/niet-raadsleden dienen daarnaast tijdens de laatste
verkiezingen van de gemeenteraad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst
van de politieke partij onder welke naam deze politieke partij ook in de
gemeenteraad zitting heeft genomen.
De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet zijn van
overeenkomstige toepassing op een lid van een commissie.
**4..** Voorafgaand aan de voordracht van de commissieleden/niet-raadsleden
vindt onderzoek naar de geloofsbrieven plaats. Op dit onderzoek is het
bepaalde in artikel 6, eerste en tweede lid, van het Reglement van Orde
van de gemeenteraad van toepassing. Ten behoeve van dit onderzoek legt
het kandidaat commissielid/niet raadslid de daarvoor benodigde stukken
over aan de raad.
**5..** Het vierde lid is niet van toepassing op een raadslid dat na ontslag
direct aansluitend verder gaat als commissielid/niet-raadslid, en
hij/zij nog steeds voldoet aan de wettelijke vereisten.