Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › AFDELING I

Artikel 2

Parkeervergunning bewoner

Onderdeel van Beleidsregels uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen 2017 gemeente Utrecht

De houder van een voertuig die volgens de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) staat ingeschreven op een kadastraal geregistreerd woonadres in het gefiscaliseerde gebied kan een parkeervergunning bewoner aanvragen. De aanvrager wordt als houder van het voertuig aangemerkt als: het kenteken volgens de RDW op zijn/haar naam staat geregistreerd; het kenteken volgens de RDW op naam staat van de partner van de aanvrager en er sprake is van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of notarieel bekrachtigd samenlevingscontract; het kenteken volgens de RDW op naam staat van een bedrijf of leasemaatschappij en dekentekenhouder een schriftelijke verklaring afgeeft waaruit blijkt dat aanvrager dagelijks bestuurder is van het voertuig. In de binnenstad (zone A1) wordt per kadastraal geregistreerd woonadres maximaal 1 parkeervergunning uitgegeven. In zone A2 en in zone B1 worden maximaal 2 parkeervergunningen per kadastraal geregistreerd woonadres uitgegeven. Vanwege de beperkte parkeerruimte wordt in enkele deelrayons van zone A2, te weten Oudwijk, Vogelenbuurt, Watervogelenbuurt en Wittevrouwen, per kadastraal geregistreerd woonadres maximaal 1 parkeervergunning uitgegeven. Het aantal eigen autoparkeerplaatsen waarover men geacht wordt te beschikken, wordt afgetrokken van het aantal parkeervergunningen waarvoor men in aanmerking komt met inachtneming van het gestelde in artikel 19 als de parkeervergunning wordt aangevraagd voor een adres in zoneA1 of zone A2. Het college van burgemeester en wethouders kan de adressen die over een gezamenlijke parkeervoorziening kunnen beschikken uitsluiten van het aanvragen van een eerste en/of een tweede parkeervergunning wanneer in deze parkeervoorziening voldoende parkeerruimte is gerealiseerd voor eerste en/of tweede voertuigen. Dit geldt voor zone A1, A2 en B1. De parkeervergunning wordt op kenteken uitgegeven. Een vergunninghouder kan maximaal vijf keer per kalenderjaar een ander kenteken doorgeven ten behoeve van het parkeren van een vervangende auto. Dit kenteken hoeft niet te voldoen aan de vereisten in lid b. Na maximaal vijf dagen wordt de kentekenwijziging ongedaan gemaakt en staat de vergunning weer op het kenteken waarvoor deze is verleend. De parkeervergunning wordt voor het deelrayon waar de aanvrager woonachtig is uitgegeven. Alleen voor elektrische auto’s kan de parkeervergunning ook voor een aangrenzend deelrayon worden uitgegeven ten behoeve van het opladen. Vergunningen worden uitgegeven zolang het uitgiftequotum in het betreffende deelrayon niet wordt overschreden. Bij onvoldoende ruimte wordt de parkeervergunning toegewezen aan de aanvrager en vervolgens op de wachtlijst voor eerste of tweede parkeervergunningen geplaatst, behalve als er geen tweede parkeervergunningen worden uitgegeven in het betreffende deelrayon. In deelrayons met een wachtlijst van minimaal zes maanden voor eerste parkeervergunningen hoeft bij de aanvraag van een eerste parkeervergunning bewoner nog geen kenteken opgegeven te worden. Op het moment dat de parkeervergunning uitgegeven kan worden, moet het kenteken in het vergunningensysteem bekend zijn anders vervalt de aanvraag. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het tijdig doorgeven van dat kenteken conform de criteria in lid a en b. Als de parkeervergunning wordt aangevraagd voor een deelrayon dat geheel valt binnen het gebied waar op basis van een raadsbesluit een milieuzone is of wordt ingesteld en voor een motorvoertuig dat niet voldoet aan de toelatingseisen voor die milieuzone wordt de aanvraag afgewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel