Er wordt geen taaltoets afgenomen indien:
belanghebbende documenten overlegt waaruit blijkt dat de omstandigheden genoemd in artikel 18b, lid 2, onder a., b. of c. van de Participatiewet aanwezig zijn ten tijde van de aanvraag of desgevraagd gedurende de uitkeringsverstrekking of andere documenten waaruit blijkt dat belanghebbende beschikt over het vereiste referentieniveau;
belanghebbende deelneemt aan een leertraject in het kader van de Wet inburgering;
er ontheffing is verleend in het kader van de Wet inburgering;
tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst;
tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, maar ook is vastgesteld dat door in de persoon gelegen factoren belanghebbende niet in staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F machtig te worden;
belanghebbende in een andere gemeente een uitkering ontving en in die gemeente al aan een toets heeft deelgenomen. Het resultaat van de toets kan worden overgenomen, tenzij deze onvoldoende zekerheid biedt over de actuele taalvaardigheid;
er een kortdurende uitkering wordt verstrekt waarbij de einddatum van de uitkering reeds is vastgesteld.