Naar hoofdinhoud
Bij het uitoefenen van gemandateerde bevoegdheden gelden verder de volgende instructies: 1. Niet vrijwillig ontslag Tot niet vrijwillig ontslag, met uitzondering van strafontslag, wordt besloten door de naast hogere leidinggevende. Dit betekent het volgende: Voor medewerkers en groepsmanagers ligt de bevoegdheid bij de domeindirecteur; Voor teammanagers ligt de bevoegdheid bij de betreffende algemeen directeur; Voor domeindirecteuren ligt de bevoegdheid bij burgemeester en wethouders; Voor de algemeen directeur ligt de bevoegdheid bij burgemeester en wethouders. Op bovenstaande regel geldt een uitzondering voor medewerkers die rechtstreeks hiërarchisch onder de algemeen directeur vallen. De bevoegdheid om te beslissen ligt in deze bij burgemeester en wethouders. Alvorens de bevoegde leidinggevende een beslissing neemt, legt hij het voorstel ter toetsing voor aan de manager P&O. Indien de manager P&O negatief adviseert, beslist de algemeen directeur, dan wel in voorkomende gevallen burgemeester en wethouders. 2. Strafontslag en disciplinaire schorsing Gelet op jurisprudentie en parlementaire geschiedenis is het mandateren van de bevoegdheid tot het opleggen van een disciplinair strafontslag en schorsing als disciplinaire maatregel niet toelaatbaar. De bevoegdheid te beslissen bij strafontslag en disciplinaire schorsing blijft bij burgemeester en wethouders. Overige disciplinaire straffen De bevoegdheid tot het opleggen van andere disciplinaire straffen wordt gemandateerd aan de algemeen directeur. 3. Kan/kunnen bepalingen De CAR/UWO is een samenstel van regels, die bindend zijn. Dit geldt in gelijke mate voor de lokale regelingen. In een aantal situaties is aangegeven dat het bevoegde gezag anders kan beslissen: de zogenaamde kan/kunnen bepalingen. De bevoegdheid tot beslissen bij het toepassen van kan/kunnen bepalingen is neergelegd bij de naast hogere manager, doch niet lager gemandateerd dan aan de domeindirecteur. 4. Hardheidsclausules In de CAR / UWO en in onze lokale regelingen zijn in enkele hoofdstukken hardheidsclausules opgenomen. Zo luidt de letterlijke tekst: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te beslissen in gevallen waarin dit hoofdstuk, of deze regeling, naar hun oordeel niet of niet in redelijkheid voorziet een voorziening te treffen. Teneinde eenheid van toepassing binnen de gemeentelijke organisatie te behouden, wordt de bevoegdheid op hardheidsclausules te beslissen aan de algemeen directeur gemandateerd.

Rechtspraak bij dit artikel