**1..** De beheerder van het openbare riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen
het verboden is afvloeiend hemelwater of grondwater aan te sluiten of
aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool of gemengd riool.
**2..** De beheerder kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen
plaatsvindt.
**3..** Bij het vaststellen van gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het
openbare riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan.
**4..** De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de eerste dag na
de dag waarop zij bekend is gemaakt. Binnen 18 maanden na de
inwerkingtreding van het besluit dient de afkoppeling te zijn
gerealiseerd. Het college kan deze termijn met ten hoogste zes maanden
verlengen.
**5..** De beheerder kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het
eerste lid, als van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein
redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of
grondwater kan worden gevergd. Aan de ontheffing kunnen voorschriften en
beperkingen worden verbonden.
**6..** Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de
Algemene wet bestuursrecht van toepassing.