Burgemeester en wethouders kunnen per markt een inrichtingsplan vaststellen met daarin opgenomen in ieder geval één of meerdere van de navolgende onderwerpen:
het aantal standplaatsen;
de afmetingen van de standplaatsen;
de opstelling en de indeling van de markt;
welke ruimte wordt vergund als vaste standplaats of als flexplaats;
op welke standplaatsen opslagunits, verkoopwagens of ander (eigen) materiaal wordt toegestaan;
een lijst met branches;
een absoluut of procentueel aangegeven maximum aantal standplaatsen of vergunningen per branche;
een absoluut of procentueel aangegeven maximum aantal uit te geven dagplaatsen.