Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 3.4

Artikel 3.4

Onderdeel van Beleidsregels Handhaving en Boete Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017

Artikel 4:93, vierde lid, van Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat verrekening niet mogelijk is voor zover beslag op de vordering nietig zou zijn. Concreet houdt dit in dat bij verrekening in beginsel rekening moet worden gehouden met de beslagvrije voet zoals deze zijn regeling vindt in artikel 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zoals reeds aangegeven geeft de Participatiewet het college de bevoegdheid om deze bepaling in de eerste drie maanden na oplegging van de boete buiten toepassing te laten. Het college mag dus de openstaande boetevordering (zowel de recidiveboete als een wellicht nog openstaand bedrag in verband met de eerdere boete) in deze eerste drie maanden volledig met een eventueel bijstandsrecht verrekenen. Artikel 3.4 geeft de uitzondering weer op deze bevoegdheid. Wat onaanvaardbare consequenties zijn valt individueel te beoordelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel