Naast de in de Participatieverordening gemeente Leeuwarden 2015 verordonneerde participatievoorziening beschut werk, zoals bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet, die slechts openstaat voor een geringe groep mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, kunnen er waar nodig, voorzieningen worden ingezet om het hoogst mogelijke participatieniveau voor de betreffende klant te bereiken. Het uiteindelijke doel is het verkleinen van de afstand tussen klant en arbeidsmarkt. Hierbij wordt uitgegaan van het principe: werken is het doel, participeren de norm. In het kader van participatiedienstverlening, maar ook wanneer er nog geen dienstbetrekking beschut werk tot stand is gekomen zoals bedoeld in artikel 8, vierde lid Participatieverordening gemeente Leeuwarden 2015, kunnen de volgende op arbeidsinschakeling gerichte voorzieningen worden ingezet:
1) Voorschakeltraject beschut werk:
Een klant met een indicatie beschut werk kan een voorschakeltraject van twee maanden worden aangeboden. Gedurende deze periode wordt bekeken op welke werkplek hij/zij het beste tot zijn recht gaat komen en wat de inzetbaarheid in uren zal zijn. Kortom de deelnemer wordt begeleid naar een passende werkplek. De opdrachtnemer voorziet de gemeente van een onderbouwd advies.
2) Werkvoucher:
Werkgevers die een persoon uit de doelgroep aannemen kunnen een Werkvoucher van € 2.000,- ontvangen. De Werkvoucher is beschikbaar voor alle werkgevers die iemand vanuit de Participatiewet minimaal een halfjaar in dienst neemt.
De voorwaarden voor verstrekking van een Werkvoucher zijn vastgelegd in de Regeling Werkvouchers 2019.
3) Proefplaatsing:
Een klant kan na bemiddeling op een reguliere vacature of op een bab gedurende maximaal drie maanden op proef worden geplaatst met behoud van uitkering, op voorwaarde dat de werkgever vervolgens de klant voor minimaal zes maanden een contract aanbiedt indien de klant voldoet. Deze periode van drie maanden kan indien nodig éénmalig worden verlengd met nog eens drie maanden.
Indien in het kader van een proefplaatsing een loonwaardebepaling heeft plaatsgevonden, wordt de periode van de proefplaatsing niet verlengd.
4) Werkstage:
Als bemiddeling op een reguliere vacature nog niet mogelijk is en de klant onvoldoende werknemersvaardigheden en wel motivatie heeft om bij een werkgever ervaring op te doen kan een werkstage ingezet worden. De werkstage met behoud van uitkering duurt maximaal 6 maanden bij eenzelfde werkgever.
5) Préstart traject:
a. Klanten met een bijstandsuitkering of een IOAW-uitkering die uitkeringsonafhankelijk willen worden door het starten van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep, kunnen mogelijk in aanmerking komen voor een préstart traject van het BZF.
b. Indien een klant die deelneemt aan een préstart traject in verband daarmee noodzakelijke kosten heeft, zoals kosten voor uitvoering van een marktonderzoek of voor geringe investeringen in het kader van de voorbereiding, kan de voorziening worden uitgebreid met een verstrekking in de vorm van een voorbereidingskrediet, conform artikel 29 Besluit Bijstandverlening zelfstandigen 2004. Dit krediet bedraagt maximaal € 2.000,-. Het gaat in eerste instantie om een renteloze geldlening die wordt omgezet in een rentedragende lening indien de klant in aansluiting op het préstart traject een bedrijf of zelfstandig beroep begint. Als de klant na afloop van het préstart traject echter in de uitkering blijft, wordt de renteloze geldlening omgezet in een bedrag om niet.
6) Maatwerkvoorziening:
a. Het instrument maatwerkvoorziening behelst het inkopen van (aanvullende) re-integratie / participatiedienstverlening op individueel klantniveau, zonder te zijn gebonden aan vooraf gecontracteerde marktpartijen. Het moet gaan om instrumenten of voorzieningen die participatie- of re-integratie bevorderen.
b. De inzet van het instrument moet een directe toegevoegde waarde hebben op de verkleining tot de afstand tot de arbeidsmarkt of een daadwerkelijk meetbare meerwaarde leveren aan de zelfstandigheid van de klant. Tot maatwerkaanpak kunnen bijvoorbeeld worden gerekend werkplekaanpassingen, scholing en training (deze opsomming is niet uitputtend).
c. Bij de inzet van dit instrument dient het inkoopbeleid van de gemeente Leeuwarden in acht te worden genomen.
7) Vrijwilligerswerk:
Als bemiddeling naar regulier werk nog niet mogelijk is, kan het verrichten van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering worden aangemerkt als voorziening gericht op participatie en / of arbeidsinschakeling.
8) Persoonlijk participatiebudget:
1. Een PPB kan slechts worden ingezet als die naar verwachting in hogere mate bijdraagt aan het verkleinen van de afstand tussen klant en arbeidsmarkt dan de hiervoor genoemde voorzieningen 1) tot en met 7).
2. Bij de beoordeling van het al dan niet inzetten van een PPB moeten alle relevante omstandigheden en mogelijkheden van het individuele geval zorgvuldig worden meegewogen. Hierbij kunnen argumenten een rol spelen als:
- het is een goedkope oplossing (de investering leidt tot de kortste weg naar besparing op Inkomensdeel);
- er is sprake van eigen oplossing / eigen kracht.
3. Het met de inzet van het PPB beoogde doel, zoals beschreven in het plan van aanpak, moet in beginsel binnen 12 maanden na toekenning worden gerealiseerd.
4. Per klant kan maximaal een bedrag van € 2.500- worden ingezet ter uitvoering van het plan van aanpak. Een PPB wordt per klant slechts één keer verleend.
9) Loonkostensubsidie:
1. De in artikel 10 c en 10 d van de Participatiewet, alsmede de daaronder hangende lagere wetgeving vastgelegde regels met betrekking tot loonkostensubsidie, dienen onverkort te worden toegepast. Hierbij geldt dat de onder het eerste lid aanhef en onder b juncto het vijfde lid van artikel 10 d bedoelde mogelijkheid tot het toepassen van forfaitaire loonkostensubsidie in beginsel alleen wordt toegepast als de onder het eerste lid aanhef en onder a juncto het vierde lid van artikel 10 d bedoelde mogelijkheid naar verwachting onsuccesvol blijkt.
2. De frequentie van loonwaardebepalingen bedraagt maximaal eens per 6 maanden en minimaal eens per vijf jaar, afgestemd op de individuele omstandigheden van de werknemer en het perspectief op eventuele ontwikkelmogelijkheden.
10) Methodiek Flextensie
Als bemiddeling op een reguliere vacature nog niet mogelijk is en de klant wel voldoende werknemersvaardigheden en motivatie heeft om bij een werkgever ervaring op te doen kan de methodiek Flextensie gedurende maximaal 6 maanden worden ingezet. Voorwaarden zijn een minimale leeftijd van 27 jaar en een bijstandsafhankelijkheid van minimaal drie maanden.
De re- integratiemethodiek wordt ingezet om tijdelijk werk voor uitkeringsgerechtigden lonend te maken. Werkgevers betalen een marktconform uurtarief voor het uitvoeren van tijdelijke klussen. De gemeente wordt voor de doorlopende uitkeringslasten (deels) gecompenseerd vanuit het tarief dat de werkgever betaalt. De methodiek van Flextensie voorkomt administratie- én financiële zorgen rond het stoppen en opstarten van uitkeringen en toeslagen. De klant ontvangt een premie voor elk gewerkt uur waarbij de uitkering blijft doorlopen. De premie wordt beschouwd als een premie arbeidsinschakeling o.g.v. artikel 31lid twee aanhef en onder j van de Participatiewet. Dit bedrag sluit aan bij de richtlijnen die hiervoor in wet- en regelgeving zijn opgesteld. Voor de uitkeringsgerechtigde is dit financieel voordeliger dan wanneer hij de inkomsten uit tijdelijk werk helemaal uitbetaald krijgt en worden verrekend met de uitkering.
11) Inkomstenvrijlating
De uitkeringsgerechtigde die arbeid verricht in deeltijd waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde bijstandsnorm komt in aanmerking voor vrijlating van inkomsten uit arbeid als bedoeld in artikel 31, lid 2 onder n van de Participatiewet, indien is vastgesteld dat de uitkeringsgerechtigde binnen 6 maanden volledig in de bestaanskosten kan voorzien.