Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Regels pgb

Onderdeel van VERORDENING JEUGDHULP GEMEENTE WAALRE 2017

1.. Het college verstrekt in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet een pgb indien: de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is. 2.. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura. 3.. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. 4.. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Dit is iemand uit de huiselijke kring, of een andere persoon met wie de jeugdige of zijn ouders een sociale relatie onderhoudt. Denk bijvoorbeeld aan familieleden, vrienden, kennissen, etc. Het inzetten van een PGB sociaal netwerk is alleen mogelijk bij de volgende vormen van specialistische jeugdhulp: persoonlijke verzorging; kortdurend verblijf; vervoer; begeleiding. En kan alleen worden ingezet in die gevallen waarin de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt. 5.. De jeugdige of zijn ouders heeft niet de mogelijkheid om te kiezen voor een persoonsgebonden budget als er overwegende bezwaren zijn als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet. Tevens is er geen recht op een persoonsgebonden budget indien de jeugdige of zijn ouders zich niet eerder heeft gehouden aan, bij eerdere verstrekking van een pgb, opgelegde verplichtingen; Een PGB kan onder andere worden geweigerd als: de jeugdige of zijn ouders niet kan worden gezien als bekwaam; de jeugdige of zijn ouders zich niet eerder hebben gehouden aan verplichtingen die hoorden bij een eerder verkregen PGB; de jeugdige of zijn ouders onjuiste informatie heeft verstrekt; de jeugdige of zijn ouders het PGB voor een ander doel gebruikt; er sprake is van crisis of een maatregel die door de rechter is opgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel