Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen
of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die
nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden en lossen van
zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer
openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten
staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
houder: degene die naar omstandigheden als houder van
een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de
Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van
opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam
het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het
parkeren in het register was ingeschreven;
dag: een etmaal;
week: een tijdvak van 7 etmalen aanvangende maandag 0.00
uur;
maand: kalendermaand;
kwartaal: kalenderkwartaal;
jaar: kalenderjaar.
Artikel 2
Begripsomschrijving
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2010