**1..** De precariobelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die de ligplaats inneemt. Als degene die de ligplaats inneemt, wordt aangemerkt de houder van een ligplaatsvergunning, en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de bewoner van het woonschip onderscheidenlijk de gebruiker van het bedrijfsschip .
**2..** De precariobelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b en c, wordt geheven van, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond of water, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger. Bij gebreke van een vergunning wordt als belastingplichtige aangemerkt de gebruiker van de voorwerpen.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening liggeld voor woonschepen en bedrijfsschepen Den Haag 2017