Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.
Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar,
bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar
verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog
volle maanden van het kalenderjaar resteren.
In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor
het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor
de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak
de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande
dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de
vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
Artikel 4
Belastingtijdvak
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2017