**1..** De “Verordening onroerende-zaakbelastingen 2015” vastgesteld bij raadsbesluit van 16 december 2014, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 15 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
**2..** Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
**3..** De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.
**4..** Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening onroerende-zaakbelastingen”.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2016.
De griffier,
De voorzitter,
W. van Zanen
W.M. de Jong
Toelichting en berekening OZB 2017
Toelichting
Uitgangspunt bij de tariefstelling OZB (onroerendezaakbelastingen) is de geraamde opbrengst zoals neergelegd in de begroting 2017. Deze opbrengst is bepaald door de geraamde opbrengst van het huidige jaar (2016) te corrigeren voor inflatie. Hierin is ook een geraamde opbrengst voor areaaluitbreiding opgenomen.
Herwaardering
Nadat de OZB-opbrengsten voor de begroting zijn geraamd, vindt de herwaardering plaats. In aansluiting op de geldende wetgeving heeft ook in 2016 een herwaardering plaatsgevonden. Daarbij is de waarde van alle onroerende zaken voor het belastingjaar 2017, naar het waarde niveau (waarde peildatum) op 1 januari 2016, opnieuw bepaald. De gemiddelde waardeontwikkeling voor woningen laat een waardestijging zien ten opzichte van het vorige herwaarderingsjaar en de waarde van de niet-woningen laat een daling zien.
Waardeniveau onroerende zaken
De gemiddelde waardeontwikkeling voor de woningen bedraagt afgerond +/+ 6,6% en voor de niet-woningen afgerond -/- 2,9% op basis van gegevens die door de BghU zijn aangeleverd naar aanleiding van de herwaardering, welke in de loop van 2016 heeft plaatsgevonden.
Deze waardeontwikkeling is gerealiseerd tussen de waarde vaststelling op de vorige waarde peildatum 1 januari 2015 en de nieuwe waarde peildatum 1 januari 2016. Het betreft dus de waardeontwikkeling over een periode van één jaar. De waardeontwikkeling is gebaseerd op de verkoopcijfers welke zijn gerealiseerd tot 1 januari 2016 en sluiten aan op het marktniveau.
Toezicht Waarderingskamer (Waka)
Door de Waka wordt onveranderd streng gecontroleerd op de voortgang en de kwaliteit van de werkzaamheden op het gebied van de Wet Waardering Onroerende zaken (Wet WOZ). Door toetreding bij de BghU vindt de Waka plaatsvinden op dat niveau.
Macronorm
De macronorm stelt dat de OZB-opbrengsten van alle gemeenten gezamenlijk niet meer mogen zijn dan vooraf door het Rijk bepaald. Het individueel overschrijden van deze norm heeft daarom geen consequenties zolang op landelijk niveau de OZB-opbrengsten de macronorm maar niet overschrijden.
Volgens cijfers van onderzoeksinstituut COELO stijgt de totale landelijke OZB-opbrengst in 2016met € 89,6 miljoen, een stijging van 2,32%. De macronorm voor 2016 is 1,57%. Dat betekent eenoverschrijding met
€ 28,7 miljoen. Tijdens het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen(Bofv)van 28 april 2016 is geconstateerd dat de overschrijding van de macronorm 2016 optreedt doordatde overschrijding uit 2015, die in mindering was gebracht op de norm voor 2016, niet volledig is
ingelopen. Besloten is de overschrijding van 2016 in mindering te brengen op de macronorm voor2017, die daarmee uitkomt op 1,97%.
In Houten wordt de macronorm 2017 niet overschreden.
Tarief
Voor de raming van de OZB opbrengsten zijn de geraamde inkomsten van 2016 geïndexeerd met het vastgestelde indexeringsprecentage uit de begrotingsrichtlijnen (0,9%). Om tot een juiste tariefstelling te komen moet echter rekening gehouden worden met de gemiddelde waardeontwikkeling zoals deze zichtbaar wordt na afronding van die herwaardering. Ter illustratie het volgende voorbeeld:
P x Q = O waarbij:
P = OZB-tarief
Q = totale waarde
O = opbrengst ( geraamde opbrengst en ligt vast in de begroting)
Wanneer de gemiddelde waarde van de onroerende zaken stijgt (Q) zal het tarief (P) moeten dalen om geen meeropbrengsten (O) te genereren. Een gelijke redenering geldt in een dalende markt. Wanneer de gemiddelde waarde van de onroerende zaken daalt (Q), zal om de in de begroting geraamde opbrengst (O) te genereren het tarief (P) moeten stijgen.
Per saldo betekent bovenstaande dat voor zover er sprake is van lastenverzwaring deze wordt veroorzaakt vanuit de correctie van het tarief voor de inflatie.
Daarbij geldt één belangrijke kanttekening. Er wordt altijd en dus onveranderd gerekend met een gemiddelde waardeontwikkeling. Dit betekent dat er in individuele gevallen sprake kan zijn van lastenverzwaring maar ook van lastenverlichting. Dit is niet te voorkomen omdat er wettelijk maar drie OZB-tarieven kunnen worden vastgesteld. Eén tarief eigenarenbelasting woningen, één tarief eigenarenbelasting niet-woningen en één tarief gebruikersbelasting niet-woningen. Maatwerk in individuele gevallen is niet mogelijk en bij wet uitgesloten. Individuele effecten zijn dus niet te beïnvloeden.
Direct effect herwaardering op OZB-tariefstelling
De herwaardering laat zien dat er in Houten voor de woningen sprake is van een waardestijging van de onroerende zaken, wat betekent dat het tarief zal dalen. Voor de niet-woningen geldt het omgekeerde. Door de waardedaling van de onroerende zaken zal het tarief moeten stijgen om tot de vastgestelde opbrengst uit de begroting te komen.
Berekening
* De waardeontwikkeling is, gelijk aan voorgaande jaren, gecorrigeerd voor waardeontwikkelingen vanuit de te verwachten te honoreren bezwaarschriften in 2016.
Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is geen verschuiving van belastingdruk van niet-woningen naar woningen.
Berekening tarief
De nieuwe tarieven zijn tot stand gekomen door de oude tarieven te corrigeren met de totale waardeontwikkeling gebaseerd op de door de BghU aangeleverde waarderingen en het in de begroting vastgestelde inflatiepercentage 2017.
Het OZB-tarief woningen 2017 wordt berekend via de volgende formule:
Tarief 2017 = (Tarief 2016 * (inflatiepercentage / waardeontwikkeling)) * 100%
Tarief 2017 = (0,1465% * (1,009 / 1,0719)) = 0,1379%
Ter verduidelijking een rekenvoorbeeld:
Woning A-straat 1
2016
2017
Waarde
€ 250.000,-
€ 267.975,- (uitgaande van een waardeontwikkeling gelijk aan
+/+ 7,19%)
Ozb-tarief
0,1465%
0,1379%
Te betalen Ozb-eigenarenbelasting
€ 366,25
€ 369,54
Artikel 9
Inwerkingtreding en citeertitel
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de onroerende-zaakbelastingen